Januari 2022, 2 jaar COVID-19, 4 golven, tig varianten en tenminste 3 vaccinaties verder. De hoogste tijd om een aantal vragen te stellen aan de hematoloog over de huidige stand van zaken, met name voor CLL-patiënten. We gingen hiervoor in gesprek met Michel van Gelder, hematoloog in het MUMC+ in Maastricht.
1. Hoe beschermen de huidige vaccins CLL-patiënten tegen het oplopen van een COVID-infectie of tegen ernstige ziekte als gevolg van een COVID-infectie?
De huidige vaccins geven bij sommige CLL-patiënten wel aantoonbare afweerstoffen en bij sommigen niet. Het is niet bekend in hoeverre het hebben van antistoffen beter beschermt tegen ernstige COVID-19 infectie dan het niet hebben van antistoffen. Dat betekent dat ernstige COVID-19 ook mogelijk is bij het hebben van antistoffen, en ook dat COVID-19 niet zo ernstig kan verlopen bij het niet hebben van antistoffen.
Daarnaast lijkt het zo te zijn dat er patiënten zijn die geen antistoffen maken maar wel een goede T-cel immuniteit opbouwen. Maar ook hiervan is de beschermende kracht onbekend. Wij hopen uit diverse onderzoeken meer informatie naar boven te krijgen. Tot die tijd is de richtlijn dat alle CLL-patiënten (ook degenen die geen antistoffen hebben aangemaakt bij de eerste 3 vaccinaties) de booster laten zetten.
2. Staan er nieuwe vaccins op de rol die ook voor CLL-patiënten die geen antistoffen aanmaken een preventieve werking kunnen hebben?
Er wordt momenteel onderzoek gedaan naar een medicijn op basis van antistoffen (Evusheld), wat preventief zou moeten werken bij volwassenen om COVID-19 te voorkomen. Het is nog te vroeg voor CLL-patiënten om hier hun hoop op betere bescherming op te vestigen.
3. Wij horen en lezen van alles over geneesmiddelen en antistoffen die kunnen worden toegepast wanneer een CLL-patiënt een COVID-infectie oploopt. Kunt u daar iets over zeggen?
Tot voor kort kregen CLL-patiënten die zelf geen antistoffen tegen COVID-19 hebben aangemaakt, na een besmetting monoklonale antistoffen toegediend. Daarmee werden bij de Delta-variant positieve resultaten bereikt. Nu de Omikron-variant zijn intrede heeft gedaan is die werking helaas niet tot nauwelijks meer aanwezig en zullen we moeten wachten op een nieuwe cocktail antistoffen.
Ten aanzien van virusremmers is het WHO-advies dat er onvoldoende bewijs is om deze toe te passen.
4. Wat doet de Omikron-variant in dit alles?
Deze variant is zo nieuw dat daar nog onvoldoende informatie over beschikbaar is. Wel is al duidelijk dat de besmettelijkheid aanzienlijk groter is dan bij de Delta-variant. De mate van ziekmakendheid lijkt lager te zijn. De variant is nog te kort aanwezig om te weten wat het betekent als een CLL-patiënt een besmetting met deze variant oploopt.
5. Kunnen we als CLL-patiënten met het verschijnen van deze middelen de stress om door COVID-19 geveld te worden een beetje loslaten?
Het blijft zaak om heel voorzichtig te blijven. Toch kun je uit het bovenstaande wel al meer hoop putten dan uit de situatie van een jaar geleden. En wel omdat:
6. Wat adviseert u ons in deze barre tijden?