Tumorlysis Syndroom (TLS) bij CLL

Nieuws
door
Hematologen en cmyCLL

Dit artikel bespreekt het Tumorlysis Syndroom (TLS) bij CLL, wanneer het voor kan komen, welke klachten je van TLS kunt hebben en wat jij zelf kunt doen om het te voorkomen.

Wat is het Tumorlysis Syndroom (TLS)?

TLS is een medische aandoening die kan optreden bij patiënten met CLL. Het komt vooral voor na het starten van behandelingen die de kankercellen of lymfomen snel doden. Dan komen er in korte tijd veel afbraakstoffen van dode kankercellen vrij. Het lichaam kan deze niet goed verwerken. TLS komt niet vaak voor, maar kan wel gevaarlijk zijn als het niet op tijd ontdekt wordt door bloedonderzoek na start van de behandeling.

Laboratorium TLS?

Meestal zijn er geen klachten bij TLS, maar is er sprake van laboratorium TLS. Laboratorium TLS betekent dat er afwijkende bloedwaardes zijn die passen bij te snelle afbraak van kankercellen. Dit zijn afwijkingen in nierfunctie, kalium, calcium, fosfaat, urinezuur samen met snelle daling van lymfocyten. Deze laboratorium afwijkingen ontstaan binnen 4-8 uur tot ongeveer 24 uur na de behandeling.

Klachten bij TLS?

Heel soms kun je klachten hebben van laboratorium TLS. Alleen als deze klachten binnen 24 tot 48 uur na de start van de behandeling voorkomen, kan het TLS zijn.

Klachten kunnen zijn:

  • koorts of rillingen;
  • misselijkheid of braken;
  • verward gevoel;
  • gevoel van kortademigheid;
  • onregelmatige hartslag;
  • donkere of troebele urine;
  • gevoel van ongebruikelijke moeheid;
  • spier- of gewrichtspijn;
  • stuipen of toevallen;
  • buikpijn of opgezette buik.

Als TLS niet behandeld wordt, kan dit leiden tot:

  • nierfalen;
  • spierkramen;
  • neurologische aandoeningen;
  • hartritmestoornissen.

Het risico op TLS is klein, maar de gevolgen kunnen groot zijn. Laboratorium TLS wordt vooral gezien bij start van behandeling met immuuntherapie (rituximab, obinutuzumab) of venetoclax.

Hoger risico op TLS

CLL-patiënten hebben een hoger risico op TLS wanneer:

  • er een hoog aantal lymfocyten in het bloed is;
  • er vergrote lymfklieren zijn (groter dan 5cm);
  • er een verminderde nierfunctie is.

Voor een optimale behandeling moeten patiënten met een hoger risico op TLS extra in de gaten worden gehouden. Dit wordt gedaan door bloedonderzoeken. Wanneer er afwijkingen in het bloed worden gevonden, kan de zorgverlener een passende behandeling (medicijnen) geven. Dit maakt een veilige en goede controle van de TLS mogelijk.

Wat kun je zelf doen?

Maatregelen om TLS te voorkomen worden bij de behandeling van CLL altijd genomen. Ook behandeling met medicatie of met een infuus dat vocht toedient kunnen worden gegeven.

Tips die je zelf kunt doen:

  1. Houd je altijd precies aan de hoeveelheid medicatie die je moet gebruiken.
  2. Drink voldoende water. Overleg met je behandeld arts hoeveel water je per dag moet drinken.
  3. Soms krijg je van je behandelende hematoloog een patiëntenkaart mee. Lees deze kaart goed en zorg dat je deze steeds bij je hebt. Op deze kaart staat wat de symptomen zijn van TLS. Ook staat op deze kaart wat je kunt doen om TLS te voorkomen.