Onderzoek dr. Lina van der Straten: Nieuwste ontwikkelingen rondom CLL

Nieuws
door
dr. Lina van der Straten en cmyCLL

Dr. Lina van der Straten (onderzoeker IKNL en Erasmus MC) heeft onderzoek gedaan naar de nieuwste ontwikkelingen rondom CLL en de effecten ervan op bijvoorbeeld de overleving bij CLL-patiënten. In dit artikel worden de belangrijkste uitkomsten ervan gedeeld.

Onderzoek naar CLL: Diagnose, behandeling en overleving bij CLL-patiënten

Waar ging het onderzoek over?

Dr. Lina van der Straten onderzocht:

  • ontwikkelingen in hoe vaak CLL voorkomt (incidentie) en hoe lang patiënten leven (overleving);
  • hoe artsen de diagnose CLL vaststellen en welke behandelingen patiënten krijgen;
  • hoe bepaalde afwijkingen in de genen (zoals de TP53-afwijking en ongemuteerde IGHV-genen) te maken hebben met een minder gunstig verloop van CLL;
  • de uitkomsten voor de gezondheid van CLL-patiënten op lange termijn en waarom CLL-patiënten overlijden;
  • en het ontstaan van een tweede kanker bij CLL-patiënten en de ontwikkeling van een ernstigere vorm van CLL (Richterse transformatie) bij een specifieke groep patiënten.

Overleving bij CLL-patiënten:

5-jaars relatieve overleving: Hoeveel CLL-patiënten na 5 jaar na de diagnose nog leven, vergeleken met mensen zonder CLL.

  • De relatieve overleving is voor mannen én vrouwen met CLL in de periode 1989-1995 naar 2009-2016 toegenomen in alle leeftijdsgroepen.
  • Deze verbetering in overleving kan komen door betere diagnostiek, behandeling en ondersteunende zorg bij CLL.

Conditionele overleving: Als iemand met CLL deze ziekte al een tijdje heeft en nog steeds leeft, wordt gekeken hoe groot de kans is dat diegene nog langer blijft leven.

  • De conditionele overleving nam ieder jaar nadat een patiënt de diagnose CLL kreeg af.
  • Sommige patiënten sterven dus nog steeds eerder door de CLL. Hierdoor is het verder verbeteren van behandelingen nodig.

Behandeling voor oudere patiënten:

Onderzoek naar CLL-patiënten met de behandeling met obinutuzumab en venetoclax liet zien dat oudere patiënten met meerdere aandoeningen door hun ouderdom (geriatrische aandoeningen), meer risico hadden op bijwerkingen als ze deze behandeling kregen. Toch kunnen ook oudere patiënten voordeel hebben van het krijgen van een behandeling, ondanks leeftijd en fitheid.

Een behandeling zou voor oudere patiënten toch kunnen helpen voor:

  • het verminderen van het aantal aandoeningen die worden veroorzaakt door ouderdom (geriatrische aandoeningen);
  • en het verbeteren van de kwaliteit van leven.

Meer onderzoek is nodig óf en wélke behandelingen geschikt zijn voor oudere patiënten.