Chronische lymfatische leukemie ontwikkelt zich niet bij elke patiënt op dezelfde manier. Bij ongeveer dertig procent van de patiënten verloopt de ziekte traag. Bij die mensen wordt de ziekte toevallig ontdekt, zijn geen klachten en is ook niet meteen behandeling nodig. Natuurlijk moeten deze mensen wel af en toe op controle komen, maar meestal worden ze oud en komen ze te overlijden aan andere oorzaken.
Bij een klein deel van de patiënten, z’n tien procent, is er meteen sprake van een agressieve ziekte, net als bij andere kankersoorten. Er zijn dan veel klachten en er moeten zware behandelingen worden ingezet om de ziekte te lijf te gaan.
Bij zestig procent van de patiënten houdt de ziekte zich de eerste 5 tot 10 jaar rustig, maar breekt daarna toch een periode aan waarin de chronische lymfatische leukemie agressiever wordt en behandeld moet worden.
Bronnen