De afkortingen en woorden die beginnen met de I, J, K of L die kunnen voorkomen bij de aandoening CLL, vindt je hieronder.
Verklaring: Ibrutinib.
Verdere uitleg: het is een doelgerichte kanker remmende stof (‘targeted therapie’) Het remt de groei en het uitzaaien van kankercellen bij bepaalde vormen van kanker in het bloed (leukemie) of de lymfeklieren. Een eerstelijnsbehandeling bij CLL bij patiënten die geen del (17p) of TP53-mutatie hebben. Zie behandeling CLL.
Verklaring: geelzucht.
Verdere uitleg: het symptoom dat de patiënt geel ziet. De gele kleurstof is een afbraakproduct van de rode bloedcel.
Verklaring: vorm van lymfeklierkanker waarbij kwaadaardige lymfekliercellen, de B-cellen uit follikel center van lymfeknoop, een abnormale celgroei vertonen.
Verdere uitleg: idolente (niet-agressief) lymfomen zijn vaak maanden tot jaren zonder veel klachten aanwezig.
Verklaring: Immunofenotypering.
Verdere uitleg: analyse van witte bloedcellen waarbij naar de celmembraanstructuren van de cellen wordt gekeken. Dit kan zowel op bloed als op materiaal van het beenmerg worden verricht en is essentieel voor diagnose CLL.
Verklaring: Immunoglobuline A.
Verdere uitleg: Immunoglobuline van de klasse A, antistoffen die de afweer vormen en ons lichaam beschermen tegen ziekteverwekkers zoals virussen en bacterie. Bij een te kort aan IgA zijn er te weinig of geen IgA antistoffen in het bloed. IgA antistoffen zijn vooral aanwezig in de slijmvliezen en zij beschermen (in het slijmvlies, de binnenkant van de neus, de mond, de keel, de longen, het maag-darmkanaal en de geslachtsorganen) tegen ziekteverwekkers. De meeste mensen met IgA te kort hebben weinig tot geen klachten. Maar sommige mensen krijgen makkelijker ontstekingen, bijvoorbeeld in oren, longen en darmen.
Verklaring: Immunoglobuline G.
Verdere uitleg: Immunoglobuline van de klasse G, antistoffen die de afweer vormen en ons lichaam beschermen tegen ziekteverwekkers zoals virussen en bacterie. Bij een te kort aan IgG zijn er te weinig of geen IgG antistoffen in het bloed. IgG is de belangrijkste uitvoerende antistof. IgG komt ook voor in de weefsels. Bij een te kort van IgG kunnen de volgende verschijnselen optreden: - Verhoogde kans op (ernstige en terugkerende ) infecties van voornamelijk luchtwegen en maagdarmstelsel) - Verhoogde kans op auto-immuunziekte (van o.a. de huid, gewrichten, bloedcellen) - Ontstaan van orgaanschade (bijv. : longen) als gevolg van terugkerende infecties. - Hoger risico op atopie (astma, eczeem, allergie). Verder kan het leiden tot verminderde inspanningsmogelijkheden en vermoeidheid.
Verklaring: Immunoglobuline M.
Verdere uitleg: Immunoglobuline van de klasse M, antistoffen die de afweer vormen en ons lichaam beschermen tegen ziekteverwekkers zoals virussen en bacterie. Bij een te kort aan IgM zijn er te weinig of geen IgM antistoffen in het bloed. IgM antistoffen worden als eerste geproduceerd zodra ziekteverwekkers het lichaam binnen dringen.
Verklaring: het optreden van een immuunreactie waardoor bescherming kan optreden.
Verdere uitleg: het verkrijgen van natuurlijke immuniteit of immuniteit door vaccinatie (actieve immunisatie) of door injectie van immunoglobuline die functioneren als antistoffen (passieve immunisatie). Vanwege verminderde afweer mogen mensen met CLL geen vaccinatie met levend (verzwakt) vaccin worden gegeven zoals tegen tuberculose BCG, Gordelroos, gele koorts, oraal tyffusvaccin en het BMR-vaccin (bof, mazelen en rodehond). Er bestaat ook een vaccin zonder een levend virus tegen gordelroos.
Verklaring: beschermd zijn tegen bepaalde infecties.
Verdere uitleg: niet vatbaar zijn voor bepaalde ziekteverwekkers, dit kan aangeboren of verworven zijn.
Verklaring: behandeling die chemotherapie en immunotherapie combineert.
Verklaring: behandeling die het afweersysteem tegen kankercellen stimuleert.
Verdere uitleg: bij een behandeling met immunotherapie bij kanker wordt het immuunsysteem van de patiënt gebruikt om de kankercellen aan te vallen. Het immuunsysteem wordt door de behandeling ondersteund of extra actief gemaakt.
Verklaring: de tijd verlopende tussen de besmetting en het uitbreken van de ziekte.
Verklaring: griepvirus.
Verklaring: Immuun TrombocytoPenie.
Verdere uitleg: een aandoening waarbij te weinig bloedplaatsjes aanwezig zijn. Dit noemen we ook wel trombocytopenie of trombopenie. Een auto-immuunziekte, waarbij de patiënten antistoffen aanmaken die zich hechten aan het oppervlak van hun eigen bloedplaatjes (auto - antistoffen). Dit leidt tot een versnelde afbraak van de bloedplaatjes in de milt en -in mindere mate- in de lever.
Verklaring: Kalium – mineraal in het bloed.
Verdere uitleg: Kalium is een mineraal met een belangrijke functie in het lichaam. Het is onder meer betrokken bij het regelen van de bloeddruk en de overdracht van de zenuwprikkels. De hoeveelheid kalium in het lichaam wordt geregeld door de nieren.
Verklaring: hoornvliesontsteking.
Verdere uitleg: het hoornvlies is de erg belangrijke voorste beschermlaag van het oog. Een ontsteking kan ontstaan door een gebrekkige traanfilm of door infecties.
Verklaring: hevig krampende buikpijn.
Verdere uitleg: een kortdurende hevige krampende pijn in de buik die in aanvallen optreedt.
Verklaring: herpesvirusinfectie die door virus herpes simplex worden veroorzaakt.
Verdere uitleg: een branderig, tintelend gevoel rond of op de lippen, gevolgd door pijnlijke blaasjes, die na enkele dagen over gaan in een korstje. Als het blaasjes open is dan is dit besmettelijk. Goed handenwassen en niet kussen. Geen oraal seksueel contact want daardoor kan herpes genitalis ontstaan.
Verklaring: een van de oudste technieken om cellen meestal bacteriën aan te tonen en te laten groeien in laboratorium.
Verklaring: LactaatDehydrogenase.
Verdere uitleg: zie LDH.
Verklaring: LactaatDeHydrogenase.
Verdere uitleg: een enzym dat in verscheidene lichaamsweefsels wordt aangetroffen, zoals in het hart, de lever, de rode bloedcellen, de nieren, de spieren, de hersenen en de longen. LDH is betrokken bij de energieproductie in de weefselcellen.
Verklaring: Lymphocyte Doubling Time.
Verdere uitleg: lymfocyten verdubbelingstijd Is de tijdsduur van verdubbeling van het absolute aantal lymfocyten in het perifere bloed.
Verklaring: kwaadaardige ziekte met een teveel aan witte bloedlichaampjes.
Verdere uitleg: leukemie is een vorm van kanker waarbij het beenmerg te veel witte bloedcellen aanmaakt. Deze witte bloedcellen rijpen bovendien niet goed uit. Hierdoor kunnen ze het lichaam niet goed meer beschermen tegen ziekteverwekkers, zoals bacteriën en virussen. Het gevolg is dat de weerstand van het lichaam afneemt. Daarnaast ontstaan er tekorten van andere normale bloedcellen, zoals rode bloedcellen en bloedplaatjes. Dat komt doordat de kwaadaardige witte bloedcellen te veel ruimte in het beenmerg innemen.
Verklaring: Leucocyten.
Verdere uitleg: zie Leucocyten.
Verklaring: vermeerdering van het aantal leucoyten.
Verdere uitleg: leukocytose betekent dat het aantal witte bloedcellen (leukocyten) in het bloed groter is dan normaal. In normale omstandigheden gebeurt dit als ons lichaam zich moet verdedigen tegen indringers (virussen, bacteriën of parasieten) en worden er witte bloedlichaampjes bijgemaakt.
Verklaring: witte bloedcellen.
Verdere uitleg: de witte bloedcellen vormen een belangrijk onderdeel van het immuunsysteem dat het lichaam tegen ziektes beschermt. Alle typen witte bloedcellen: B-lymfocyten en T-lymfocyten, monocyten, granulocyten (neutrofielen, basofielen en eosinofielen).
Verklaring: verlaagd aantal witte bloedcellen.
Verdere uitleg: een verlaagd aantal witte bloedcellen (leukocyten) in het bloed. Deze witte bloedcellen zorgen voor afweer tegen infecties.
Verklaring: vetgezwel.
Verdere uitleg: een Lipoom of vetbultje is een onderhuidse zwelling die uit vetcellen bestaat. Een vetbultje is goedaardig en hoeft meestal niet behandeld te worden.
Verklaring: Lymfeknoop.
Verklaring: Lymfeknopen (meervoud van lymfeknoop).
Verklaring: weefselvocht dat zich verzamelt in de lymfeklier en lymfebanen.
Verklaring: lymfocyten zijn een bepaald soort witte bloedcellen en worden geproduceerd in het beenmerg (net als alle andere bloedcellen).
Verdere uitleg: na de rijping tot actieve lymfocyten bevinden ze zich in het bloed en het lymfestelsel. Het lymfestelsel heeft o.a. als functie om voor de afweer van het lichaam te zorgen. De lymfocyten in het lymfestelsel bieden normaal gesproken bescherming tegen virussen en bacteriën. In het lymfestelsel, en dan vooral in de lymfeklieren zijn daarom veel lymfocyten opgeslagen.
Verklaring: toename van het aantal van een soort witte bloedcellen die lymfocyten (een bepaald type witte bloedlichaampjes) worden genoemd.
Verklaring: lymfeklierkanker waarbij kwaadaardige lymfocyten in het lymfestelsel worden gevormd.