Voor de behandeling van chronische lymfatische leukemie (CLL) bestaat geen standaardschema. Er wordt een keuze gemaakt uit verschillende behandelschema’s met verschillende medicatie, doseringen en behandelduur. Iedere behandeling kent dan ook verschillende (veel voorkomende) bijwerkingen. Hieronder bespreken we de veel voorkomende bijwerkingen per behandeling.
Ook al tast ibrutinib veel minder gezonde cellen aan dan chemotherapie, toch zijn er nog steeds bijwerkingen.
Veel voorkomende bijwerkingen zijn:
Ontstekingen
Verlaagde waarden van hemoglobine en trombocyten
Men is voorzichtig in het gebruik van venetoclax, vanwege de kans op het ontstaan van het tumorlysissyndroom. Dit is een ernstige bijwerking, die zich voordoet wanneer te veel lymfocyten tegelijkertijd doodgaan door de behandeling. Lysis staat voor het doodgaan van cellen door het kapotgaan van het celmembraan, de laag die de binnen- en buitenkant van de cel scheidt. Bij het doodgaan van lymfocyten komen er allerlei afvalstoffen in het bloed terecht.
Wanneer te veel cellen tegelijkertijd doodgaan, stapelen de afvalstoffen zich op in het bloed. Er worden dan vooral verhoogde bloedwaarden van urinezuur, kalium en fosfaat gezien. Dit kan leiden tot ernstige hartritmestoornissen en nierfunctiestoornissen.
In de eerste 5 weken van de behandeling met venetoclax is de kans op het tumorlysissyndroom het grootst.
Andere veelvoorkomende bijwerkingen bij venetoclax zijn:
Vermoeidheid
Veelvoorkomende bijwerkingen bij venetoclax zijn:
Vermoeidheid
Obinutuzumab (immunotherapie):
Krachtvermindering
Omdat van idelalisib bekend is dat het een hoog risico op darm- en leverontsteking met zich meebrengt, is de voorkeur voor andere medicijnen groter.
De meest voorkomende bijwerkingen bij het gebruik van idelalisib (doelgerichte therapie) zijn:
Leverfunctiestoornissen
Rituximab (immunotherapie):
Krachtsvermindering
Het kan zijn dat de dosis moet worden aangepast of men moet stoppen met het medicijn, wanneer de leverwaarden of ernstige infecties het langer gebruiken van idelalisib niet toelaten.
Bij FCR worden ook gezonde cellen in het beenmerg beschadigd, daardoor ontstaat er een tekort aan witte bloedcellen. Dit zorgt voor vatbaarheid voor infecties.
Andere veelvoorkomende bijwerkingen van cyclofosfamide (chemotherapie) zijn:
Blaasontsteking
Fludarabine (chemotherapie):
Vermoeidheid
Rituximab (immunotherapie):
Krachtsvermindering
Bendamustine (chemotherapie):
Hoofdpijn
Rituximab (immunotherapie):
Krachtsvermindering
Omdat het CD20-eiwit zich ook op het oppervlak van gezonde afweercellen bevindt, zal het gebruik van obinutuzumab ook leiden tot een tekort aan gezonde witte bloedcellen. Aangezien anti-CD20 antilichamen niet aangrijpen op cellen buiten het immuunsysteem, wordt dit geneesmiddel goed verdragen en zijn de overige bijwerkingen redelijk mild.
Andere mogelijke bijwerkingen van chloorambucil (chemotherapie) zijn:
Pijnlijke mond
Obinutuzumab (immunotherapie):
Krachtvermindering
Omdat het CD20-eiwit zich ook op het oppervlak van gezonde afweercellen bevindt, zal het gebruiken van rituximab ook leiden tot een tekort aan gezonde witte bloedcellen. Aangezien anti-CD20 antilichamen niet aangrijpen op cellen buiten het immuunsysteem, wordt dit geneesmiddel goed verdragen en zijn de overige bijwerkingen redelijk mild.
Andere mogelijke bijwerkingen van chloorambucil (chemotherapie) zijn:
Pijnlijke mond
Rituximab (immunotherapie):
Krachtvermindering
De bijwerkingen van bendamustine (chemotherapie) kunnen de volgende zijn:
Vermoeidheid
Rituximab (immunotherapie) kan de volgende bijwerkingen hebben:
Krachtsvermindering